Uitspraak Vz AbRvS 5 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3237; bestemmingsplannen "Voormalige vliegbasis Twenthe-Midden" en "Voormalige vliegbasis Twenthe-Zones", gemeente Enschede
10 oktober 2018

Op 5 oktober 2018 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan op een verzoek om voorlopige voorziening. Verzocht was om schorsing van de bestemmingsplannen "Voormalige vliegbasis Twenthe-Midden" en "Voormalige vliegbasis Twenthe-Zones" van de gemeente Enschede. De Afdeling heeft het verzoek afgewezen. De bestemmingsplannen zijn nu in werking getreden. Deze uitspraak treft u hieronder aan (ECLI:NL:RVS:2018:3237):

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:


Stichting Lonnekerberg en omgeving en anderen (hierna: StiL en anderen), gevestigd te Enschede,
verzoekers,

en

de raad van de gemeente Enschede,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 12 maart 2018 heeft de raad onder meer de bestemmingsplannen "Voormalige vliegbasis Twenthe-Midden" en "Voormalige vliegbasis Twenthe-Zones" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben StiL en anderen beroep ingesteld.
Voorts hebben StiL en anderen de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

StiL en anderen, de raad en [partij] hebben nadere stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 25 september 2018, waar StiL en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigden], en de raad, vertegenwoordigd door G.H. Lubbers, drs. ing. A.J.A. van Hooff, R. Harmsen en R.G.B.J. Kuipers, bijgestaan door mr. J. Gundelach en mr. dr. M. Soppe, beiden advocaat te Almelo, zijn verschenen.
Voorts zijn ter zitting [partij], vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. A.A. Freriks, advocaat te Eindhoven, en de provincie Overijssel en het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel, vertegenwoordigd door mr. G. Knuttel, mr. H. Harms en drs. A. Heuven, gehoord.

Overwegingen

1.    Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.    Per 1 januari 2008 is de functie van de (voormalige) militaire luchtmachtbasis Twenthe beëindigd. De bestemmingsplannen "Voormalige vliegbasis Twenthe-Midden" en "Voormalige vliegbasis Twenthe-Zones" zien op een deel van de gronden rondom de start- en landingsbaan binnen de voormalige hekwerken van Defensie. De aard en groene ligging van dit gebied, en de daarop aanwezige hangars, shelters, taxibanen en de ruimte rondom de start- en landingsbaan, maken het gebied volgens de gemeente zeer geschikt om activiteiten en evenementen te organiseren. Het te ontwikkelen gebied moet een aanvulling worden op de vestigingsmogelijkheden voor bedrijven elders in de regio en het aanwezige leisure-aanbod. Omdat het bestemmingsplan "Voormalige vliegbasis Twenthe-Midden" activiteiten mogelijk maakt die geluidzoneringsplichtig zijn, is het bestemmingsplan "Voormalige vliegbasis Twenthe-Zones" vastgesteld, waarin die geluidzonering is vastgelegd.

3.    StiL en anderen kunnen zich daar niet mee verenigen. Zij vrezen dat inwerkingtreding van de bestemmingsplannen leidt tot substantiële en onomkeerbare gevolgen voor de ecologische waarden in en rondom het plangebied. Gesteld wordt dat de activiteiten die het plan mogelijk maakt, in en rondom het plangebied zullen leiden tot een onomkeerbare aantasting van de populatie van de vleermuis en de veldleeuwerik.

4.    [partij] is eigenaar en exploitant van het plangebied van het bestemmingsplan "Voormalige vliegbasis Twenthe-Midden". Ter zitting heeft hij een aantal dingen toegezegd. Desgevraagd heeft hij bevestigd dat hij in afwachting van de uitspraak in de hoofdzaak geen omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen zal aanvragen, geen permanente lichtmasten zal plaatsen, geen bomen zal kappen, binnen het plangebied geen grond zal afgraven en/of ophogen, geen sloten zal graven en/of dempen en geen drainagebuizen zal aanleggen. Verder behoort terreinverharding, anders dan de verharding die reeds is aangebracht ten behoeve van parkeergelegenheid, in het geheel niet tot de plannen.

    [partij] heeft verklaard wel een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor gebruik (exploitatie van het evenemententerrein)  voor te bereiden. Op dit moment is evenwel nog onduidelijk wanneer die aanvraag bij het bevoegd gezag zal worden ingediend, zodat, met inachtneming van de beslistermijn waarbinnen vervolgens op die aanvraag moet worden beslist, een besluit op dit moment nog geruime tijd op zich zal laten wachten en voorts niet zonder meer aannemelijk is dat dat besluit wordt genomen voordat uitspraak is gedaan in de hoofdzaak.

    Daarnaast is desgevraagd bevestigd dat het evenementenseizoen voor dit kalenderjaar voorbij is en dat het eerstvolgende grootschalige evenement, waarvoor de geluidsgrenzen zullen worden overschreden en waarvan het bestemmingsplan er maximaal 12 per jaar toestaat, niet zal plaatsvinden voor 15 mei 2019. Ook hebben StiL en anderen ter zitting erkend dat het broedseizoen voor de veldleeuwerik voor dit kalenderjaar inmiddels voorbij is.  

5.    Dan resteert in het kader van dit verzoek de vraag naar de gevolgen die vleermuizen ondervinden van de activiteiten die het bestemmingsplan bij recht mogelijk maakt. De raad heeft ter zitting nader toegelicht dat het nieuwe bestemmingsplan qua licht en geluid niet wezenlijk meer mogelijk maakt dan het vorige plan en de op basis van dat plan verleende omgevingsvergunningen. Voorts wijst de raad erop dat vleermuizen met name gevoelig zijn voor ultrasoon geluid, dat wil zeggen geluid waarvan de frequentie met >20 kHz te hoog is om door het menselijk oor te worden waargenomen. De geluidsbelasting die wordt veroorzaakt door de (festival-)activiteiten waarin de plannen voorzien en waarvoor ook een geluidszone is vastgesteld - en die weliswaar door mensen als overlast kan worden ervaren - bevat geen ultrasoon geluid en dringt voorts niet door tot verblijfplaatsen van vleermuizen. Als zodanig is deze derhalve niet, dan wel zeer beperkt van invloed op de aanwezigheid van vleermuizen op het terrein.

6.     In het aangevoerde ziet de Afdeling geen reden tot twijfel aan de juistheid van deze toelichting van de raad. Het door de raad geschetste beeld wordt in de verschillende onderzoeksrapporten, die als bijlage bij de plantoelichting zijn gevoegd, bevestigd. In dit kader valt onder meer te wijzen op het rapport ‘Vliegveld Twente: Vleermuizen en festivals - Gevoeligheid van vleermuizen voor festivalgeluid en licht’ van Tauw van 16 mei 2017, waarin wordt geconcludeerd dat het verjagen van vleermuizen uit verblijfplaatsen door muziekevenementen niet aan de orde is, dat festivalverlichting geen wezenlijk effect heeft dat leidt tot het overtreden van een verbodsbepaling op grond van de Wet natuurbescherming en dat vuurwerk voor de dan aanwezige vleermuizen een kortdurende verstoring van enkele minuten kan betekenen, maar dat dat niet van wezenlijke invloed is op individuele soorten of populaties. Ook blijkt uit de ‘Notitie Beoordeling monitoringsresultaten Airforce Festival 2017’ van Tauw van 13 oktober 2017 dat voor, tijdens en na het Airforce Festival 2017 de activiteiten van vleermuizen op en om het festivalterrein zijn gemonitord. Uit deze notitie blijkt dat de vleermuizen die op en nabij het festivalgebied zijn aangetroffen, ondanks eventuele overlast van het festival, hun gebruikelijke gedrag blijven vertonen.

7.    Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding het verzoek af te wijzen.

8.    Indien StiL en anderen, voordat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, van mening zijn dat [partij] zich niet aan de gedane toezeggingen houdt, of indien voor dat moment anderszins sprake is van gewijzigde omstandigheden die het treffen van een voorlopige voorziening zouden kunnen rechtvaardigen, dan staat het StiL en anderen vrij bij de voorzieningenrechter opnieuw een daartoe strekkend verzoek in te dienen. Op dat moment zal opnieuw worden beoordeeld of aanleiding bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening.

    De voorzieningenrechter hecht er aan in dit kader nog op te merken dat de gedane toezeggingen niet mede zien op de uitvoering van noodzakelijk onderhoud of herstel van schade die bijvoorbeeld het gevolg is van een storm.

9.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. F.C.M.A. Michiels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A. Wijker-Dekker, griffier.

w.g. Michiels    w.g. Wijker-Dekker
voorzieningenrechter    griffier

Voor een overzicht van verdere projecten, klik hier